In dit artikel lees je over twee kleine oefeningen die je helpen om weer even in het hier en nu te komen. Oefeningen voor momenten waarop je hoofd blijft draaien rond je limerence‑persoon en je zenuwstelsel voortdurend “aan” voelt. Je krijgt herkenning, uitleg waarom volhouden zo belangrijk is.
Korte samenvatting: twee oefeningen bij limerence
Deze blog beschrijft twee eenvoudige oefeningen bij limerence: je denken bewust uitstellen en via ademhaling en je voeten terugkeren naar je lichaam. Beide helpen om obsessieve gedachten niet met wilskracht te stoppen, maar zacht te onderbreken. Zo geef je je brein de kans om nieuwe neurale paden te bouwen, die minder draaien om één persoon en meer om jouw eigen leven.
In Limerence stoppen beschrijf ik het grotere proces van herstel; deze blog focust op twee heel concrete oefeningen die je middenin dat proces kunt gebruiken als eerste, haalbare stap.
Mijn ervaring met paniek, een druk hoofd en een oefening die wél hielp.
In het verleden heb ik zelf momenten gehad waarin mijn hoofd zó vol zat dat ik bang was “gek te worden”. Ik heb ook paniekaanvallen gehad: dat gevoel dat alles in je lichaam op standje alarm staat, adrenaline overal, en gedachten die razendsnel gaan.
Eén avond was ik alleen thuis. Mijn man was veilig, maar wel in een land dat in oorlog was. Ik was doodmoe, gespannen, en bang dat ik een paniekaanval zou krijgen zodra ik naar bed ging. De oxazepam lag al klaar op het nachtkastje, als noodrem.
Ik had eerder van een ademhalings‑ en ontspanningstherapeut een oefening geleerd: heel langzaam je hoofd van links naar rechts bewegen terwijl je achterhoofd op het kussen blijft liggen, en heel precies voelen waar je hoofd de stof van het kussen raakt. Niet denken, maar letterlijk voelen: druk, warmte, aanraking, kleine verschuivingen.
Alles in mijn lijf riep: “Ren rondjes, klim tegen de muren op, doe íets!” – iedereen die paniekaanvallen kent, weet hoe tegennatuurlijk het voelt om dan “lekker rustig in bed” te blijven liggen. Toch besloot ik tien minuten lang alleen die oefening te doen. Mijn afspraak met mezelf was: als het dan nog niet gaat, mag ik daarna de oxazepam pakken.
Wat er gebeurde? Uren later werd ik wakker; kalm. Ik was in slaap gevallen zonder medicatie. En ik was zó trots op mezelf. Niet omdat paniek ineens weg was uit mijn leven, maar omdat ik iets belangrijks had geleerd:
Ik kan mezelf sturen met oefeningen. En soms betekent dat precies het tegenovergestelde doen van wat mijn brein en lichaam op dat moment roepen.
Voor limerence werkt het vergelijkbaar. Wil je brein fantaseren over je LO, onderbreek jezelf even. Voel je paniek in je hoofd en lijf, doe een kalmerende oefening. En als je “van de wagen valt” en toch weer gaat piekeren, wees aardig voor jezelf, praat tegen jezelf zoals je tegen een goede vriend zou doen.
Dit is ook de reden dat ik in mijn theorieboek en werkboek zó veel nadruk leg op kleine, herhaalde oefeningen en op het terugkomen in je lichaam: omdat ik uit eigen ervaring weet dat het geen magische truc is, maar dat het wél mogelijk is om jezelf stap voor stap door intense spanning heen te begeleiden.
Waarom zijn oefeningen belangrijk bij limerence?
Oefeningen zijn belangrijk bij limerence omdat ze je helpen om minder in je hoofd te wonen en meer terug te keren naar het hier en nu. In Wat is limerence? leg ik uit dat limerence niet alleen “heftige verliefdheid” is, maar een patroon waarin je vooral heel veel in je hoofd leeft: herinneringen, gesprekken, scenario’s, hoop.
Limerence is bijna het tegenovergestelde van in het hier en nu zijn. Je brein gaat terug naar het verleden via herkauwde gesprekken, of vooruit naar de toekomst via fantasie en wensdenken. Je lichaam blijft vaak achter: gespannen, leeg of afgehaakt.
Herstel vraagt dat je:
- minder voeding geeft aan de fantasie‑lus;
- je aandacht vaker terugbrengt naar je lichaam;
- leert onderbreken zonder alles weg te drukken.
Oefeningen zijn daarbij geen “trucjes”, maar manieren om je zenuwstelsel een andere route aan te bieden dan de automatische lus: gedachte → fantasie → checken → meer spanning → nóg meer gedachten. In De limerence loop kun je lezen hoe die automatische lus van trigger → denken → fantasie → checken er in detail uitziet.
In Limerence lijkt op verslaving beschrijf ik hoe die lus van denken, hopen en checken voelt als een verslavingsachtige cyclus, precies de lus waar deze oefeningen kleine breuken in maken.
Een limerence‑oefening richt zich niet op “de ander fixen”, maar op hoe jij met je eigen brein en zenuwstelsel omgaat.
10 waardevolle inzichten in een gratis gids
Sommige mensen die op deze pagina belanden, hebben limerence al tientallen keren gegoogeld. Je kent de definitie. Je kent de fases. Maar er is een groot verschil tussen weten wát het is en er daadwerkelijk uit komen. Ik schreef een gratis gids met 10 inzichten die wat dieper gaan (in het engels). Een gids die je op weg kan helpen en je uitlegt dat je niet alleen staat.
Hoe werkt de oefening “ik mag later nadenken”?
Veel mensen met limerence proberen hun hoofd stil te krijgen door zichzelf streng toe te spreken: “ik moet stoppen met denken”, “ik mag niet meer aan hem/haar denken”. Meestal werkt dat niet, het geeft juist meer spanning, en je gedachten worden er niet zachter van.
Deze oefening doet iets anders: je zegt niet “ik mag dit niet”, maar “ik mag later nadenken”. Je erkent je gedachten, maar je gaat ze structureren in plaats van ze automatisch te volgen. De oefening “ik mag later nadenken” is een cognitieve techniek om automatische limerence‑gedachten te ordenen zonder ze weg te duwen.
Zo werkt het
- Merk op dat je weer in je hoofd zit met je LO. Dat kan een gedachte, fantasie, innerlijk gesprek of analyse zijn.
- Zeg zacht tegen jezelf: “Ik mag hier later over nadenken.” Niet: “ik mag dit niet”, maar: “nu niet, later wel.”
- Spreek met jezelf een vast tijdstip af, bijvoorbeeld elke avond van 19:30 tot 19:45, als jouw “denk‑kwartiertje”.
- Alles wat tussendoor opkomt, noteer je kort; één zin, een paar woorden op een papiertje of in een notitie‑app. Daarna keer je terug naar wat je aan het doen was.
- Op het afgesproken kwartiertje ga je wél zitten en schrijf je bewust alles op wat er rondtolt: vragen, zorgen, fantasieën, boosheid, verdriet. Schrijf zonder filter.
Waarom helpt “nadenken uitstellen” bij limerence?
In je hoofd is de limerence‑lus vaak automatisch: elke trigger leidt direct tot denken, fantaseren, checken. Door te zeggen “ik mag later nadenken”:
- onderdruk je je gedachten niet, maar structuur je ze;
- onderbreek je de reflex om meteen de volledige lus in te schieten.
Je bouwt een nieuw pad: van “gedachte → directe lus” naar “gedachte → notitie → later bewuste keuze”. Dat voelt in het begin onnatuurlijk, maar het is precies de beweging van: “ik voel het nog, en toch doe ik iets anders”.
Als je vooral vastzit in herhalende, indringende gedachten, kan Intrusieve gedachten bij limerence extra helpen om te begrijpen wat er in je hoofd gebeurt terwijl je deze oefening oefent.
Deze oefening helpt bij limerence omdat je de automatische koppeling tussen elke gedachte en de hele fantasielus losser maakt. Je leert dat je mag denken en voelen, zonder dat je hoofd meteen alle energie naar één persoon hoeft te sturen.
Waarom helpt terug naar je lichaam bij limerence?
De tweede oefening is helemaal gericht op je lichaam. Herstel gebeurt vaak via het lijf: minder in je hoofd wonen en vaker in je lijf landen. Bij limerence is je brein geneigd alles via gedachten en fantasieën op te lossen; lichaamsgerichte oefeningen brengen je terug naar sensatie in plaats van naar analyse.
Lichaamsgerichte oefeningen helpen bij limerence omdat ze je zenuwstelsel reguleren via fysieke sensatie (adem, voeten, beweging), in plaats van via nog meer denken. Je stopt niet met voelen; je stopt met automatisch alles naar hetzelfde verhaal over dezelfde persoon sturen.
In Limerence en je smartphone zie je hoe je telefoon de lus voedt; de oefeningen uit deze blog kun je daar heel concreet naast leggen, bijvoorbeeld na elk “check‑moment” even terug naar adem en voeten.
Zo werkt het
- Wanneer je merkt dat je weer aan het malen bent, besluit je één mini‑moment te nemen voor je lijf.
- Zet zacht je aandacht bij je ademhaling: hoe beweegt je borst of buik? Zonder het te hoeven veranderen, alleen merken.
- Sta op (als dat kan) en loop een minuutje rustig rond in de ruimte waar je bent.
- Terwijl je loopt, concentreer je op je voeten. Voel hoe ze de grond raken, waar de druk zit, hoe de vloer voelt. Zijn je voeten warm, koud, zwaar, licht?
- Je blijft dit een paar minuten doen. Als je hoofd afdwaalt, en je merkt het op, breng je weer opnieuw je aandacht naar je voeten.
Waarom helpt deze oefening bij limerence?
In limerence lijkt het vaak alsof je dichter bij een oplossing komt door nóg meer te denken en te analyseren. In herstel gebeurt juist het omgekeerde: je komt dichter bij jezelf door minder in je hoofd te wonen en vaker in je lijf te landen.
Deze oefening:
- geeft je zenuwstelsel een kans om te reguleren via fysieke sensatie;
- helpt je om niet elke emotie direct te volgen richting fantasie of analyse;
- maakt de stap van “drang” naar “even voelen” heel klein en concreet.
Door terug te gaan naar ademhaling en voeten maak je een micro‑onderbreking in de limerence‑lus. Je laat je aandacht landen in iets wat echt hier en nu is, in plaats van in een scenario dat alleen in je hoofd bestaat.
Waarom volhouden zo belangrijk is: neurale paden
Dit lijken kleine oefeningen, maar zoals vaak draait het om consistentie. Net zoals dat je ook geen gespierde armen krijgt van één bezoek aan de sportschool, maar wel van maandenlang meerdere keren per week trainen. Je moet je brein en je lichaam nieuwe gewoontes aanleren, en dat doe je door niet op te geven.
De neurale paden voor overdenken, fantaseren en in je hoofd leven zijn niet in één keer ontstaan, en verdwijnen ook niet in één klap. Jarenlang heeft je brein geoefend in:
- teruggaan naar herinneringen;
- vooruitprojecteren naar fantasieën;
- je stemming laten leunen op kleine signalen van één persoon.
Elke keer dat je:
- een gedachte noteert en uitstellen oefent;
- een minuut naar je ademhaling en voeten gaat;
leg je een klein stukje van een nieuw pad aan. Dat nieuwe pad zegt:
“Ik voel nog iets, en toch hoef ik niet dezelfde lus af te maken. Er is óók een andere beweging mogelijk.”
In het begin voelt dat vaak onaantrekkelijk: minder groot, minder dramatisch, bijna saai. Maar dat is geen saaiheid, dat is ontwenning. Je zenuwstelsel is gewend aan pieken en dalen; het moet leren leven zonder constante activatie.
Daarom is volhouden zo belangrijk. Niet perfect, maar vaak genoeg proberen dat je brein doorheeft:
- “O ja, hier kunnen we ook even voelen en ademen.”
- “O ja, ik mag dit opschrijven voor later, ik hoef nu niet weg in fantasie.”
Elke keer dat je het oefent, wordt het net iets makkelijker om niet automatisch dezelfde oude route te nemen. Limerence‑herstel is geen éénmalige beslissing, maar een proces van herhaalde kleine oefeningen die nieuwe neurale paden bouwen.
Twee krachtige oefeningen tegen limerence
Soms merk je pas tijdens het oefenen dat je niet minder gedachten hoeft te hebben om vooruitgang te boeken: het verschil zit vaak in hoe snel je een spiraal herkent en jezelf er weer uit kunt halen. In Het begin van herstel bij limerence lees je waarom juist dat een teken van herstel kan zijn.
Hoe deze oefeningen aansluiten bij mijn theorieboek en werkboek
In mijn theorieboek “Loskomen van Limerence” beschrijf ik uitgebreid:
- wat er psychologisch en neurochemisch gebeurt bij limerence;
- waarom het voelt als een verslavings‑achtige lus;
- hoe oude pijn en hechting meespelen;
- en waarom herstel bijna nooit een rechte lijn is.
Bij dit boek hoort een werkboek waarin ik je help om alles wat je leest in de praktijk te brengen: met concrete oefeningen, check‑ins en reflecties. In mijn werkboek staan meerdere oefeningen die je helpen om vaker in het hier en nu te blijven. Sommige richten zich meer op het cognitieve stuk (gedachten herkennen en anders met ze omgaan), andere meer op je lichaam (spanning voelen en reguleren), weer andere op je gedrag (grenzen, no contact, anders reageren).
Zo kun je kiezen welke oefeningen het beste bij jouw manier van denken en voelen passen, in plaats van dat er maar één juiste route is. Deze blog focust op twee losse, laagdrempelige limerence‑oefeningen; in het werkboek vind je een hele set aan stappen waarmee je ze kunt verdiepen en herhalen.
Deze twee oefeningen – nadenken uitstellen en terug naar je lichaam – zijn bewust níet letterlijk uit het werkboek gehaald, zodat deze blog een vrije, laagdrempelige eerste stap kan zijn. In het werkboek ga je verder met:
- het in kaart brengen van jouw persoonlijke limerence‑lus;
- oefenen met no‑contact‑experimenten en digitale grenzen;
- omgaan met schaamte en zelfverwijt;
- onderzoeken van hechting en oude patronen;
- en het verplaatsen van jouw energie naar dingen waar jij hoofdrolspeler in bent.
Deze blog geeft je twee losse oefeningen als eerste voorbeeld; in het theorieboek en werkboek vind je een hele set aan hier‑en‑nu‑oefeningen waarmee je rustig kunt uitproberen wat werkt voor jou.
Wil je hier stap voor stap mee aan de slag, dan helpt mijn werkboek je om deze processen rustig en gestructureerd door te lopen. Deze blog is vooral bedoeld als veilige eerste stap: twee oefeningen die je vandaag al kunt proberen, zonder dat je meteen alles hoeft te veranderen.

Nog even dit
Je bent niet zwak of mislukt omdat limerence zo groot voelt of omdat het niet in één keer stopt. Je brein en lichaam doen precies wat ze jarenlang geoefend hebben.
Herstel is bijna nooit een heroïsche sprong, maar een reeks kleine, moedige keuzes: één gedachte uitstellen, één minuut naar je adem en je voeten, één keer vriendelijk blijven voor jezelf na een terugval.
Je hoeft het niet perfect te doen. Je mag oefenen, vallen, weer kiezen, en stap voor stap een leven bouwen waarin jij niet alleen om de ander heen draait, maar weer een plek voor jezelf hebt.
Veelgestelde vragen over deze oefeningen
Is het uitstellen van nadenken niet hetzelfde als mijn gevoelens wegdrukken?
Nee. Je zegt niet “ik mag dit niet voelen”, maar “ik mag hier later bewust bij stilstaan”. Je geeft je hoofd ruimte én je doorbreekt de automatische lus, zodat je minder snel in fantasie en analyse verdwijnt.
Helpt terug naar mijn lichaam echt bij limerence?
Ja, vaak wel. Omdat limerence je veel in je hoofd trekt, geeft een eenvoudige lichaamsgerichte oefening je zenuwstelsel een andere manier om spanning te verwerken. Je leert spanning voelen zonder direct naar je LO te vluchten in je hoofd.
Hoe lang duurt het voordat deze oefeningen “werken”?
Dat verschilt per persoon. Meestal merk je niet één grote klap, maar kleine verschuivingen: het wordt net iets makkelijker om niet direct te checken, net iets sneller om een gedachte los te laten. Herstel bouw je op via herhaling.
Wat als ik het vergeet of er geen zin in heb?
Dat hoort erbij. Zie het als oefenen, niet als falen. Elke keer dat je het toch even probeert, is winst, en elke poging is een klein stukje van een nieuw neurale pad.
Heb ik het werkboek nodig om hiervan te profiteren?
Nee, je kunt met deze blog al beginnen. Maar als je merkt dat je meer structuur, verdieping en herhaling nodig hebt, kan het werkboek je helpen om deze en andere oefeningen in te bedden in je dagelijks leven.
Over de auteur

Ik ben Sidney, schrijver, researcher en de drijvende kracht achter Sid’s Saferoom. Naast mijn jarenlange persoonlijke ervaring met het loskomen van limerence, ben ik gecertificeerd Trauma-Informed Coach (IPHM-geaccrediteerd via Kirsty Watson, The Complete Approach).
Omdat ik weet hoe eenzaam en uitputtend een obsessieve verliefdheid is, schrijf ik hierover en ontwikkelde ik het theorie- en werkboek Loskomen van Limerence. Mijn missie is om jou te voorzien van de psychologische inzichten en concrete handvatten die nodig zijn om de obsessieve lus te doorbreken en weer rust te vinden in je zenuwstelsel.
- Meer weten? Lees mijn volledige verhaal op de Over mij-pagina.
- Wekelijkse steun? Abonneer je op mijn Engelstalige essays op substack.com.
Article photo: thank you Naeem Ad on unsplash.com
