In dit artikel lees je waarom herstel van limerence vaak precies het tegenovergestelde vraagt van wat je neiging zegt dat je moet doen. Dat is belangrijk als je merkt dat alles in je systeem naar je LO toe wil door bijvoorbeeld te appen, fantaseren of gesprekken te herkauwen, terwijl je ergens weet dat je grenzen nodig hebt. Je vindt uitleg, herkenning en eerste oefeningen om anders te gaan handelen dan je automatische neiging, met een brug naar mijn theorieboek en werkboek als je dit proces stap voor stap wilt doorlopen.
Korte samenvatting: limerence, grenzen en tegen je neiging ingaan
Bij limerence voelt je eerste neiging vaak als “richting LO bewegen”: meer appen, meer uitleggen, nog één gesprek, nog één kans. Herstel vraagt juist om grenzen en keuzes die niet meteen goed voelen, maar op langere termijn wél rust brengen. In deze blog leg ik uit hoe je brein bij limerence werkt, waarom tegen‑je‑neiging keuzes zo onnatuurlijk voelen en welke kleine oefeningen je kunt gebruiken om toch andere stappen te zetten.
In mijn blog Wat is limerence? leg ik uit hoe de limerence‑lus werkt: obsessieve verliefdheid, fantasie, hoop, zenuwstelsel‑stress en gedrag. In deze blog zoom ik in op één lastig onderdeel van herstel: grenzen en keuzes die niet meteen goed voelen, maar op langere termijn wel helpen.
10 waardevolle inzichten in een gratis gids
Sommige mensen die op deze pagina belanden, hebben limerence al tientallen keren gegoogeld. Je kent de definitie. Je kent de fases. Maar er is een groot verschil tussen weten wát het is en er daadwerkelijk uit komen. Ik schreef een gratis gids met 10 inzichten die wat dieper gaan (in het engels). Een gids die je op weg kan helpen en je uitlegt dat je niet alleen staat.
Mijn eigen worsteling met grenzen bij limerence
Ik heb mezelf lang gezien als iemand die “gewoon zelfstandig” was. Door de mentale problemen van mijn ouders moest ik als kind al vroeg voor mezelf zorgen, dingen alleen oplossen en niet te veel leunen op anderen. Dat beeld van mezelf als sterk en zelfstandig klopte op veel vlakken, behalve in de liefde, als ik eerlijk ben.
In mijn liefdesleven gebeurde namelijk iets anders. Het kwam vaak voor dat mannen mij leuk vonden en dat ik hén afwees, terwijl ik zelf steeds weer aangetrokken werd tot meer onbereikbare mensen. Als er iemand in mijn leven was met wie ik wel wat contact had, maar die in de praktijk onbereikbaar bleef, ging ik heel hard lopen voor diegene: bang om hem kwijt te raken, veel people‑pleasing, grenzen laten schuiven.
Dat voelde niet als “geen grenzen hebben”; het voelde als liefde, zorgzaamheid, begrip. Pas toen ik bereid was om onder ogen te zien dat daar hele sterke limerence‑patronen en angst onder zaten, kon ik gaan zien dat veel van mijn keuzes tegen mij werkten. Het is dapper en belangrijk als je jezelf durft aan te kijken en eerlijk kan reflecteren op je eigen handelen, ook als dat pijnlijke inzichten geeft.
Deze blog is ook daarom persoonlijk: ik heb zelf ervaren hoe ingewikkeld het is om grenzen te trekken die niet passen bij je oude zelfbeeld, maar wel passen bij je herstel.
Waarom is je neiging bij limerence niet altijd wijs?
Bij limerence staat je brein in een soort standje “krijg deze persoon”. Het wil de hele tijd richting je LO: contact, bevestiging, duidelijkheid, een goed gevoel. De neiging is dan: dichterbij komen, nog één bericht sturen, nog één gesprek voeren, nog één kans creëren.
Je ziet dat bijvoorbeeld in:
- altijd willen appen als je onrust voelt;
- gesprekken in je hoofd herhalen om te kijken wat je anders had kunnen doen;
- fantaseren over toekomstige ontmoetingen en hoe je die “goed” kunt laten lopen;
- oude berichten herlezen om daar opnieuw betekenis uit te halen.
Je brein gelooft dat veiligheid ontstaat door méér naar je LO toe te bewegen. Maar juist bij limerence is die “veiligheidsneiging” vaak niet wijs: je LO is in praktijk onduidelijk, onbereikbaar of niet beschikbaar zoals jij hoopt, en elke nieuwe prikkel gooit meer benzine op de limerence‑lus.
In mijn blog De limerence loop beschrijf ik hoe die lus werkt: van prikkel naar hoop en fantasie, vaak pijn en nog meer zoeken.
Grenzen trekken; minder contact en niet steeds alles herhalen in je hoofd, doorbreekt die lus, maar voelt in het moment alsof je jezelf iets belangrijks ontzegt.
Wat gebeurt er psychologisch als een grens tegen je neiging ingaat?
Zodra je probeert een grens te trekken, komt er weerstand. Niet alleen qua gevoel, maar ook in je brein. Je hersenen willen namelijk:
- gesprekken herkauwen;
- fantaseren over “wat als het straks wél goed komt”;
- nadenken over het verleden: waar ging het mis, wat had je anders moeten doen;
- strategieën uitwerken voor de toekomst: wat jij de volgende keer gaat zeggen, hoe jij het “recht” kunt zetten;
- appjes herlezen, screenshots bekijken, oude foto’s langsgaan.
Je brein wil dat jij tijd doorbrengt in je hoofd met je LO. Het voelt dan tegen je neiging in om jezelf daarin te begrenzen: alsof je jezelf iets wezenlijks afpakt, alsof je niet mag voelen wat je voelt.
Een ander deel van je brein, je prefrontale cortex, moet dan hard werken. Dat is het deel dat kan sturen, remmen, plannen. Die moet elke keer opmerken: “Ik ben weer in een fantasie”, “Ik ben weer oude berichten aan het herlezen”, “Ik ben weer aan het voorbereiden wat ik ga zeggen”, en dan een andere keuze maken.
Dat is intensief en vermoeiend. Herstel van limerence betekent: je automatische neiging (je reflex) herkennen en er bewust tegenin bewegen, keer op keer. Dat voelt niet fijn in het moment, maar het is wel wat op langere termijn meer rust geeft.
Je kunt het zo samenvatten: grenzen bij limerence vragen niet alleen om andere acties, maar om het trainen van je brein om minder in de fantasie‑stand te blijven hangen.
Welke keuzes gaan concreet tegen je neiging in?
We hebben het hier niet alleen over grote beslissingen zoals no contact, maar ook over kleine, dagelijkse momenten waarop je een andere route kiest dan je limerence‑neiging. Een paar voorbeelden:
- Niet meteen reageren
Je ziet een bericht van je LO en alles in je lichaam wil direct terugtypen. Een tegen‑je‑neiging keuze is: eerst even ademhalen, misschien een half uur wachten, voelen wat jíj nodig hebt in plaats van meteen te pleasen. - Niet herlezen
Je merkt dat je wéér naar oude appjes wilt scrollen. In plaats van toegeven zeg je: “Dit helpt mij niet, ik kies nu iets anders”, en je legt je telefoon weg of opent bewust een andere app/activiteit. - Niet alles bespreken
Je hebt de neiging om elk gevoel, elke nuance met je LO te delen. Een grens is: sommige dingen eerst met jezelf, een dagboek of een therapeut uitwerken, niet in de relatie of crush laten ontladen. - Toch een afspraak afzeggen
Je merkt dat een ontmoeting met je LO je zenuwstelsel compleet overbelast, maar je neiging zegt: “Ik moet gaan, anders verlies ik hem/haar.” Een tegen‑instinct keuze kan zijn: eerlijk aangeven dat je het nu niet trekt.
In mijn blog Limerence en grenzen en pijn ga ik dieper in op hoe grenzen tegelijk kunnen opluchten en pijn doen. Het punt is niet dat grenzen makkelijk horen te zijn, maar dat ze je uit een patroon halen dat anders eindeloos door zou gaan.
Oefeningen om je neiging te herkennen en te vervangen
Je kunt deze tegen‑je‑neiging keuzes niet leefbaar maken op pure wilskracht. Het helpt om er heel concreet oefeningen van te maken, zodat je brein nieuwe “routes” krijgt.
1. Signalenlijst: wanneer ben je weer “naar je LO toe”?
Maak een korte lijst van jouw persoonlijke signalen dat je weer in de limerence‑lus zit. Denk aan:
- ik fantaseer over de volgende ontmoeting;
- ik herhaal gesprekken in mijn hoofd;
- ik herlees oude berichten;
- ik zit in mijn hoofd te schrijven wat ik de volgende keer ga zeggen;
- ik check apps zonder dat er een nieuwe melding is.
Hang deze lijst ergens zichtbaar of noteer hem in je telefoon. Telkens als je merkt dat je één van deze dingen doet, kun je dat zien als een “herstelmoment”: je hebt door dat je neiging aanstaat.
In mijn blog Limerence: wat je vaak niet doorhebt terwijl je erin zit beschrijf ik welke blinde vlekken er vaak in dit proces zitten. Het begint bij: durven zien dat je hoofd weer volledig bij je LO zit. Soms geeft alleen het opmerken al een gevoel van controle.
2. Vervangings‑oefening: wat kan jouw brein verder?
Je brein heeft niet alleen LO‑energie, het heeft ook behoefte aan uitdaging, focus en dingen die betekenis geven. Je moet dus niet alleen zeggen: “denk maar niet meer aan je LO”, maar ook: “waar aan wél?”
Maak een lijst van activiteiten waar je uitdaging of passie bij voelt:
- creatieve projecten (schrijven, tekenen, muziek maken);
- dingen waarin je iets nieuws leert (opleiding, cursus, skill);
- relaties waarin jij niet hoeft te pleasen om erbij te horen;
- fysieke activiteiten die je uit je hoofd halen (wandelen, sporten).
Elke keer dat je je LO‑neiging opmerkt, kies je bewust één van deze dingen. Dat is niet in één keer magisch, maar het traint je brein: er zijn andere plekken waar ik kan landen.
3. Kleine grenzen‑experimenten
Je hoeft niet meteen een groot no‑contact besluit te nemen. Begin met kleine grenzen‑experimenten, zoals:
- één dag per week zonder contact of social media rond je LO;
- een tijdslot op de dag waarin je wél mag nadenken over alles, en de rest van de dag niet;
- een maximum aantal berichten per dag dat jij stuurt.
Deze experimenten helpen je zien wat er gebeurt als je niet volledig je neiging volgt. In No contact bij limerence beschrijf ik verschillende vormen van afstand – van zacht begrenzen tot tijdelijk helemaal geen contact.
Waarom kost dit zoveel tijd (en waarom is dat oké)?
Je brein is vaak al lang bezig geweest om de limerence‑paden in te slijten. Misschien heb je jarenlang patronen gehad van vallen op onbereikbare mensen, gesprekken herkauwen, hoop‑lusjes bouwen. Het is logisch dat dat niet in twee weken verdwijnt.
Belangrijk:
- nieuwe gewoontes aanleren kost tijd, herhaling en soms frustratie;
- er zullen dagen zijn dat je gewoon toegeeft aan je neiging – dat is geen bewijs dat je faalt, maar dat je mens bent;
- elke keer dat je een neiging opmerkt en er één seconde langer bij stilstaat, is al een mini‑oefening.
In Leven na limerence schrijf ik over hoe het eruit kan zien als je leven niet meer rond die ene persoon draait. Dat is geen eindpunt waar je perfect moet zijn, maar een richting die je kunt blijven kiezen, ook met haperingen.
Hoe mijn theorieboek en werkboek je kunnen helpen
In mijn theorieboek “Loskomen van Limerence” leg ik uit wat er in je brein gebeurt bij limerence, waarom je neiging zo naar je LO toe trekt en welke onderliggende patronen (hechting, zelfbeeld, oude pijn) meespelen. Dat boek helpt je om te begrijpen waarom herstel zo vaak voelt alsof je tegen jezelf ingaat.
Het werkboek is juist gemaakt om die tegen‑je‑neiging keuzes in de praktijk te oefenen. Je vindt er oefeningen die je helpen:
- fantasie en herkauwen sneller op te merken;
- je lichaam te betrekken bij je keuzes, niet alleen je gedachten;
- grenzen stap voor stap te verkennen en uit te proberen;
- andere plekken te vinden waar jouw aandacht, energie en passie terecht kunnen.
Wil je hier stap voor stap mee aan de slag, dan helpt mijn werkboek je om deze processen rustig en gestructureerd door te lopen. Je hoeft het niet op gevoel en wilskracht alleen te doen; je mag steun, structuur en herhaling inzetten.

Nog even dit
Als je merkt dat alle grenzen en oefeningen tegen je neiging ingaan, betekent dat niet dat je “rare” gevoelens hebt; het betekent dat je brein lang geleerd heeft om veiligheid bij je LO te zoeken. Dat is begrijpelijk, maar het maakt je leven klein en zwaar.
Je mag erkennen dat het veel vraagt om andere keuzes te maken. Je mag moe zijn, bang zijn en het ingewikkeld vinden – en toch kleine stappen zetten die meer ruimte voor jouzelf maken.
Het hoeft niet perfect. Elke keer dat je ook maar één gedachte of handeling verschuift van “automatisch naar LO” naar “bewust kiezen voor jezelf”, is een echte stap in je herstel.
Veelgestelde vragen over limerence en grenzen
Moet ik altijd tegen mijn neiging ingaan als ik limerence heb?
Niet elk gevoel is onbetrouwbaar, maar bij limerence is je eerste neiging vaak gericht op méér contact, zelfs als dat je pijn doet. Het gaat erom dat je leert herkennen wanneer die neiging je vastzet, en dan bewust een andere keuze oefent.
Is no contact de enige manier om grenzen te trekken?
Nee. No contact kan het beste zijn in veel situaties, maar er zijn ook vormen van andere afstand: minder appen, minder één‑op‑één, duidelijke tijdslots. Het belangrijkste is dat de contactvorm jouw zenuwstelsel minder in alarm zet en jij meer controle krijgt.
Waarom voelt het zo alsof ik mezelf straf als ik grenzen trek?
Omdat je brein limerence‑contact is gaan koppelen aan veiligheid en troost. Grenzen kunnen in het begin voelen als verlies of straf, terwijl ze op langere termijn juist ruimte en rust geven. Dat dubbele gevoel is normaal.
Waarom voelt het zo alsof ik mezelf tekortdoe als ik grenzen trek?
Omdat je brein limerence‑contact is gaan koppelen aan veiligheid en troost. Grenzen kunnen in het begin voelen als verlies of straf, terwijl ze op langere termijn juist ruimte en rust geven. Dat dubbele gevoel is normaal.
Hoe weet ik of een grens niet te streng is?
Je kunt grenzen zien als experimenten: klein, tijdelijk en evaluatie‑baar. Kijk niet alleen naar hoe het op dag één voelt, maar ook naar wat het met je energie, slaap en gedachten doet na een tijdje. Je mag bijstellen en zoeken.
Ben ik een slecht mens als ik afstand neem van mijn LO?
Nee. Afstand nemen is geen oordeel over de waarde van je LO, maar een keuze voor je eigen mentale gezondheid. Je mag erkennen dat een contactvorm jou schade doet, ook als je nog van iemand houdt of om hem/haar geeft.
Over de auteur

Sidney C. Solace is schrijver met een achtergrond in onderzoeksjournalistiek en jarenlange persoonlijke ervaring met limerence en, nog belangrijker, het loskomen ervan.
Ze verdiept zich in de psychologische patronen achter obsessieve verliefdheid en hechting, en schrijft voor mensen die aan de buitenkant functioneren, maar vanbinnen volledig worden opgeslokt door één persoon. In Loskomen van limerence combineert ze theorie en praktijk om lezers meer taal, rust en richting te geven op weg naar herstel.

